startpagina
startpagina nieuws namenlijst de schrijfsters de Leestrommel
E. (Elisabeth) Overduijn-Heiligers
biografie
bibliografie
rss mailinglijst

E. (Elisabeth) Overduijn-Heiligers
(1868-1944)

Veel over mevrouw Overduijn is vooralsnog niet bekend. De enkele artikelen gaan vooral over haar werk, en dat werk is ook nog eens zeldzaam. In het periodiek Het leven stond een artikel over mevrouw, waaruit iets meer duidelijk wordt. Niet veel, helaas, zodat mevrouw een mysterie blijft. Vooralsnog.

"Mevrouw Overduijn-Heyligers in een Creoolsche, en daarom reeds heeft zij alles vóór in haar intuïtief doorgronden van de Inlandsche ziel, op mensschen die in Holland geboren, hoe jong ook er naar toe trekken en er dan hun heele leven blijven. Zij is met de Inlandsche kinderen groot gebracht, om het zoo maar uit te drukken. Zij heeft met de kleintjes daar samen geademd, samen geleefd, samen gespeeld, gedacht en gedroomd, zonder zelf goed te beseffen dat zij behoorde tot een ander ras en tot een ander land. Zij heeft in één ontroeringsstaat hetzelfde landschap gezien als zij, in de tooverende wisselingen en bekoringen van ochtend, middag en avond. Zij heeft het geheim van de Indische ziel beluisterd, niet met het scherp-gespitste, nuchter-controleerende en ontledende begrip van den buitenlander of den vreemdeling, die een anthropologische, een economische of een ethnologische studie komt maken van bevolking, rassen, districten, - die in het mystieke, in het geheim zelf van de volksziel meegroeit.
Als Creoolsche bezittend de verworven eigenschappen van de hoogst-beschaafde Europeesche, heeft zij tegelijkertijd, als in-het-vreemde-land-geborenen, de werking van het tropische climaat in haar bloed opgenomen. Zoo is zij in zekeren zin voortbrengsel van twee culturen, en dat juist heeft een geheimzinige aantrekkelijkheid aan haar kennis van de Indische ziel."

"Zij heeft haar jeugddroomen gedroomd in een gouden roes van verzengende zonnestralen. Zij heeft er jubelend en angstig van geluk en liefde gemijmerd, tusschen palmen en bloesemende boomen geademd en bijwijlen schijnt haar heele leven op te lossen in de zoet-verdoovende herinneringe naan een tropischen nacht, nabij oerwouden, met de betooverende phosphorescentie van maanglans. Zij ziet altijd weer voor zich, het goud-gloeiende of teeder-kwijnende lichtspel der verre bergen. En altijd weer wordt zij gelokt door den witreinen kelkenglans van den poetrie, de blanke winde, met diep in het hart het roode bloeddroppeltje, de bloem die slechts één nacht bestaat en alleen haar geheim vertoont bij maneschijn. Zooals zij het geweeklaag en het geschrei heeft beluisterd, in de tropische nachten, van de pontianak, zoo heeft zij ook de ziel van het volk beluisterd en met dezelfde heilige ontroering."

"De vrouwen, de voor ons schrijven. VIII. Mevrouw E. Overduijn-Heyligers', door Is. Quierido. In: Het Leven, 11-11,1911 (met dank aan Joop van den Berg)

Laatste wijziging: 1 februari 2010